De Giro zit
erop en maken we de balans op. Dat doen we per ploeg en zullen hier en
daar enkele renners individueel nader belichten. Dat we het Giro-rapport
per ploeg opstellen is simpelweg te verdedigen: de ploeg is onmisbaar,
zonder ploeg kan geen enkele renner tot resultaten komen en met de ploeg
spreekt met tactiek en strategie af. Houdt bij het lezen van het rapport
het volgende in gedachte: Ploegen die de Giro tot doel hebben gesteld en
ambitie uitgesproken hebben zullen onderstaand zwaarder gewogen
worden dan de ploegen die de Giro vooral als verplicht nummertje op het
programma hebben staan. Het verklaart dat AG2R een hoger rapportcijfer
krijgt dan bijvoorbeeld Lampre.
CREDIT AGRICOLE (5) - Het is lastig om Franse ploegen in de Giro een
onvoldoende te geven om het simpele gegeven dat ze om begrijpelijke
redenen
weinig belang aan de Giro hechten. Elke mooie uitslag is dan mooi
meegenomen maar Credit Agricole bakt er maar weinig van. Met enige
belangstelling keken we uit naar de prestaties van Bellotti maar die was
al
snel leeggereden, Botcharov was wat van slag en mengde zich plots in
massasprints en Halgand kan als enig lichtpuntje bestempeld worden door
na
zijn door blessures geplaagde voorseizoen weer op acceptabel niveau te
rijden en als beste Agricole-renner als veertiende de eindigen in het
klassement. Vermeldingswaardig is wel dat Credit Agricole met negen
renners
de Giro uitrijdt maar dat verleidt ons niet de ploeg een voldoende te
geven. Hun prestatie en resultaten zijn te ronduit zwak te noemen.
AG2R (7) - Het was de eerste deelname aan de Giro d'Italia voor deze
Franse
ploeg en ze deden het zeker niet onaardig. Vaitkus bleek de sterkste in
een
sprint met tegenwind in Termoli, Calzati was zowat bij elke ontsnapping
betrokken, Dupont reed een korte uitslag naar Peschici en de
opvallendste
prestatie was die van de veldrijder John Gadret, die helaas door de
gevolgen van een val de koers moest verlaten. Maar de zevende positie in
La
Thuile, vijfde op Monte Bondone en zesde op de Furcia pas blijven ons
zeker
bij. Zijn tijdrijden zal moeten verbeteren wil hij ooit eens voor een
klassement willen rijden. Dupont is de beste AG2R-renner in het
eindklassement met een 32e plek. Naibo bezet de laatste plek maar het
getuigt van doorzettingsvermogen dat hij de Giro uitgereden heeft.
BOUYGUES TELECOM (5) - Bouygues Telecom komt met enigszins lange
gezichten
naar de Giro en veel valt er over hun rijden en prestaties niet te
melden.
Sebastian Chavanel en Flickinger konden zich niet mengen in de
massaspurts,
Labbe en Bonnaire zaten wel eens mee in een ontsnapping en Lefevre toont
zich zoals verwacht de beste van de ploeg zodra het bergop gaat maar om
over naar huis te schrijven is het allemaal niet. Stef Clement verrast
wel
in positieve zin door zijn twaalfde plek in de lange tijdrit van 50
kilometer. Met de 51e plek is lefevre de beste Bouygues-renner in het
klassement.
COFIDIS (6) - De de intrede van de Pro Tour is voor Cofidis deelname aan
de
Giro verplichte kost geworden en de ploeg heeft er enkele renners
speciaal
voor aangetrokken. Door de verdiende overwinning van Verbrugghe in
Saltara
haalt Cofidis net een voldoende. Scheirlinckx rijdt enkele dagen in de
bergtrui maar moet de Giro verlaten door de gevolgen van een val. De
Italianen Bertagnolli en Moreni vallen ronduit tegen, Parra Pinto kan
niet
brengen wat hij vorig jaar bracht. Enig positief puntje is Duque die
drie
weken koers goed blijkt aan te kunnen en zich in enkele etappes om de
dagzege kan strijden. Beste Cofidis-renner in het klassement is Parra
Pinto
met een zestiende plek.
FRANCAISE DES JEUX (7) - Francaise des Jeux komt zowat met hun sterkste
ploeg aan de start en dat is bewonderingswaardig. Maar met het oog op de
Tour de France is het ook verstandig dat ze hun kopmannen niet over de
kop
jagen en en hen enkele ritten laten uitkiezen. McGee keerde zichzelf
naar
eigen binnenste buiten tijdens de proloog in Seraing, maar hij was niet
opgewassen tegen de overmacht van Savoldelli. Delage reed zich netjes in
de
kijker, onder andere bij een tussensprint die geen tussensprint bleek te
zijn. Gilbert strijdt mee om de dagzege in Namen, Hotton en Termoli. Als
ploeg blijft Francaise Des Jeux een geoliede machine getuige vijfde plek
in
de ploegentijdrit, Larsson haalt de top10 in de lange individuele
tijdrit.
Enigszins verrast zijn we door Sandy Casar. Door een lange ontsnapping
naar
Domodossola en de daar behaalde tijdwinst nestelt hij zich in de top 10
en
weet die door groeiende vorm in de derde week met verve te verdedigen.
Een
uiteindelijk zesde plek in het klassement is zijn deel. Een dikke 7 als
waardering.
CAISSE D'EPARGNE (7) - Een leuke ploeg en erg aanvallend. Zo willen we
er
meer zien! Het begint al met de zesde plek van Fran Perez in de proloog,
een prestatie zie hij in de rit naar Domodossola verbetert met een
tweede
plek waar hij zich wel enigszins schlemielig laat piepelen door Laverde.
Caisse d'Epargne moet het wel van de overgangsetappes hebben want voor
de
sleutel-etappes komen ze kwaliteit te kort. Horrach wint in Sestri
Levante
door in de finale op kousenvoeten van zijn medevluchters weg te rijden.
Efimkin dient enkel Pellizotti voor te laten bij de typisch Italiaanse
aankomst in Peschici. In die etappe zat de ploeg met maar liefst vier
renners in de vluchtersgroep! Naar Gemoni del Friuli dingt Ivan
Gutierrez
mee naar de kussen van de miss maar weet zich geklopt door Schumacher.
Gutierrez wordt wel beste Caisse-renner in het klassement met een 24e
positie. Kopman Fertonani valt tegen. Ondanks dat hij zijn voorbereiding
helemaal op de Giro kon afstemmen schitterde hij door afwezigheid en
verliet de Giro vroegtijdig. Maar een mooie 7 als waardering kan deze
Frans-Spaanse-aliantie boven hun bed hangen.
LIBERTY SEGUROS / WURTH (5) - Geplaagd door nieuwsberichten uit Spanje
waar
ploegleider Saiz en ploegarts Fuentes zijn gearresteerd is de moraal in
het
team tot het vriespunt gedaald. Zapatero is de vermeende codenaam voor
Michele Scarponi op de gevonden zakjes bloed bij Fuentes. Zonder opgaaf
van
reden verlaat Scarponi de Giro in de ochtend volgend op de arrestatie
van
Saiz. Yakovlev weet in een etappe op de derde positie te eindigen en
Caruso
weet de meubelen voor Liberty Seguros met een redelijke twaalfde plek in
het eindklassement te redden. Liberty Seguros trekt zich als sponsor uit
het wielrennen terug. De toekomst van de ploeg is echter ongewis al is
door
Liberty beloofd de renners dit jaar gewoon salaris te betalen.
EUSKALTEL (6) - De Basken krijgen een voldoende omdat er nog net aan de
verwachtingen voldaan wordt en die verwachtingen waren niet erg hoog.
Iker
Flores laat zich goed zien in enkele ontsnappingen, Koldo Fernandez
rijdt
enkele keren top10 in de massasprints, kopman Laiseka valt helaas uit na
een zware val en wellicht dat een toekomstige klassementsrenner zich
heeft
gemeld in de vorm van David Lopez Garcia. Deze jonge Bask zit in enkele
ontsnappingen mee en eindigt bijvoorbeeld netjes tiende op de Monte
Bondone. Beste Euskadi in het klassement wordt Iker Flores met een 34e
plaats.
RABOBANK (4) - Matig tot slecht is de prestatie van de enige deelnemende
Nederlandse ploeg. De bankiers hadden drie troeven die allen stuk voor
stuk
door de mand vielen. Kopman Ardila Cano werd speciaal voor de Giro
aangetrokken en hij kreeg alle ruimte zich in Colombia voor te bereiden.
Maar al snel was duidelijk dat zijn vorm sterk te kort schoot. De -aangekochte sprinter Brown kon in de sprintetappes geen enkele rol
spelen
en mag wellicht al als miskoop bestempeld worden en een grapjas bood hem
tijdens de Giro op marktplaats.nl te koop aan. Van Theo Eltink kon
eigenlijk niet verwacht worden dat hij de Giro voor de ploeg zou redden
maar zelfs een korte etappeuitslag zat er voor de wesp uit Westelbeers
niet
in. Een vijfde plek voor Eltink in de etappe naar Peschici was het
hoogtepunt voor de ploeg. Een 53e plek in het klassement is zijn deel.
PANARIA (7) - Als Professional Continental Team mocht Panaria op basis
van
een wildcard deelnemen aan wat het hoogtepunt van het seizoen genoemd
mag
worden. Panaria is bij elke discipline in ruime getalen van voren te
zien
geweest, met uitzondering van de tijdritten waar ze volledig zijn
weggeblazen. De Argentijn Richeze toont zich capabel meerdere malen
top10
in een spurt te kunnen halen, Mazzanti toont zich gedreven in
geaccidenteerde finales en zelf bij bergaankomsten toont hij zijn
mannetje,
Filipe Laverde verrast zichzelf en iedereen door een etappe te winnen in
Domodossola, het Mexicaantje Perez Cuapio is zijn klimmersbenen nog niet
kwijt en kan met de besten mee bergop, enkele malen in de top10
eindigend,
Baliani strijdt lang mee om de bergprijs en Emanuele Sella had met gemak
een top10-notering kunnen halen, waren het niet dat de gevolgen van twee
valpartijen naar Sestri Levante hem in de volgende etappes dermate
hinderden om niet veel tijd te verliezen. Luca Mazzanti wordt de beste
Panaria-renner in het klassement met een 20e positie.
SELLE ITALIA (5) - De ploeg van Gianni Savio in veelvuldig in beeld
geweest
maar niet bepaald door sportieve prestaties. Het klikte al het hele
voorjaar niet tussen de ploegleiding en kopman Jose Rujano en diens
afstappen op de Colle del San Marco mag als twijfelachtig hoogtepunt in
de
Giro bestempeld worden. Het is niet geheel duidelijk of de Venezuelaan
niet
verder kon rijden of niet verder wilde rijden. Dan moest de oude Belli
de
meubelen maar redden en lang leek hij daartoe ook in staat te zijn,
totdat
een spierverrekking in de knie hem op de voorlaatste dag tot opgave
dwong.
Missaglia en Illiano toonden aan een neusje voor de juiste ontsnapping
te
hebben en zaten vaak mee. Zonder succes weliswaar. Serpa's motortje is
nog
wat te licht maar Alberto Loddo toont dat zijn motor in de massaspurts
goed
genoeg is om voor de dagzege te kunnen meedingen. Een derde plek is zijn
beste resultaat. Beste Selle-Italia-renner in het klassement wordt Serpa
op
31.
GEROLSTEINER (7,5) - Met drie etappezeges en enkele dagen de maglia rosa
in
het bezit van Stefan Schumacher mag de Giro voor de Gerolsteiner
formatie
tot een succes betiteld worden. De ploeg reed vorig jaar kleurloos rond
in
deze ronde maar voelt er zich dit jaar duidelijk beter thuis. Op de
citadel
van Namen wist naast Schumacher ook Rebellin het etappepodium te
bereiken,
de ploegentijdrit was gedegen, Krauss zat enkele keren goed mee in een
ontsnapping en Foerster roerde zich in de massaspurts en wint in Milaan.
In
het klassement speelt Gerolsteiner totaal geen rol. Matthias Russ is de
best geplaatste op de 74e plek met een achterstand van 2 uur, 26 minuten
en
31 seconden. Schumacher heeft echter verklaard volgend jaar een beter
klassement te willen rijden als hij goed uit de Ardennenklassiekers
komt.
Ambitieuze jongens daar in Gerolstein. Daar houden wij van!
MILRAM (5) - Doordat Petacchi met een gebroken knieschijf vroegtijdige
uitviel was de ploeg al vroegtijdig onthoofd van zijn kopman. De
overgebleven ploegmaats toonden echter veerkracht maar wie ze ook als
kopman in de spurts uitspeelden, resultaten werden er niet geboekt,
ongeacht of het nu Lorenzetto, Ongarato of Rigotti was. Ghisalberti's
optreden in Romandie blijkt echter geen incident geweest te zijn. In de
bergetappes kon de Italiaan goed mee maar wel duidelijk op het tweede
plan.
Een 21e positie in het eindklassement is zijn deel en daar zal hij vast
tevreden mee zijn. We kijken uit naar wat Ghisalberti in de toekomst
gaat
brengen.
LIQUIGAS (6) - Met grote ambities stond Liquigas op het startblok in
Seraing. Danilo Di Luca eindigde vorig jaar vierde en zou dit jaar eens
voluit voor het klassement rijden met als doel de Giro te winnen. Een
hoogtestage in Toluca in Mexico en een voorseizoen dat enkel in
voorbereiding van de Giro stond blijken echter niet het gewenste
resultaat
te hebben. Di Luca kan nooit overtuigen, mist de explosiviteit die zo
kenmerkend voor hem is en eindigt kleurloos 23e in het klassement.
Schaduwkopman Cioni zakt al even snel door het ijs al had die in
Romandie
blijk van vorm gegeven te hebben. De ploegentijdrit geeft echter tekenen
van hoop, waar de ploeg vierde wordt. Liquigas redt haar gezicht door de
knechten die boven zichzelf uitstijgen. Andrea Noe, de oude krijger, is
het
klimmen nog niet verleerd en Wegelius beproeft zijn geluk in
ontsnappingen
maar bovenal steekt de prestatie van Pellizotti daar boven uit. Met
riwinst
in het mooie Peschici, enkele top10 noteringen in bergetappes en een
achtste plaats in de eindranking mag Liquigas zich met een man als
Pellizotti in de gelederen een tevreden ploeg noemen, al hadden ze
wellicht
gehoopt op meer. Pellizotti zakte er al vroeg door in de klim van de
Mortirolo dus de Giro duurt net lang genoeg.
LAMPRE (4) - De ploeg werd volledig in dienst gesteld van winnaar van
2004,
Damiano Cunego die vorm had getoond in de voorbereidingswedstrijden. De
ambities waren hoog, voor minder dan eindwinst werd geen vrede genomen. Cunego kon bergop aardig mee, overtuigend was hij geenszins en dat bleek
al
bij aankomsten als Namen, Saltara en Sestri Levante die op zijn lijf
geschreven zijn. Ondanks zijn ploeg hard voor hem te hebben laten
werken,
schittert de kleine prins door afwezigheid en donkere wolken verzamelden
zich boven de ploeg van Martinelli. Welgeteld één aanval van Cunego
hebben
we mogen aanschouwen op de Passo Lanciano. Haast wanhopig werd in de
laatste week tevergeefs geprobeerd een etappezege te boeken middels
vluchtpogingen van Valjavec, Vila, Petrov en Bruseghin maar gezien de
ambities en intrinsieke kwaliteit mag deze Giro als zwaar onvoldoende
bestempeld worden en geeft de vierde plek van Cunego in de eindranking
een
vertekend beeld. Onacceptabel en beneden maats wat mij betreft.
DISCOVERY CHANNEL (6) - Gezien de ambitie van de ploeg heeft men het bij
Discovery Channel niet slecht en ook niet bijzonder goed gedaan. De
ploeg
kwam uit de startblokken geschoten in Seraing waar Savoldelli iedereen
naar
huis reed en op overtuigende wijze de proloog won. Daarmee was het
hoogtepunt van de prestaties van de ploeg een feit en reed men vanaf dan
eigenlijk achter de feiten aan. Savoldelli mocht nog enkele dagen in de
maglia rosa rijden en hij won nog wat tijd met de tweede plaats in
Saltara,
maar in de sleuteletappes stond de ploeg volledig in de schaduw van CSC
en
Saunier Duval. Bergop kon Savoldelli niet met de besten mee maar wist de
schade wel steeds te beperken om uieindelijk als vijfde in het
klassement
te eindigen. Van Danielson werd ook een top10 notering mogelijk geacht,
maar de Amerikaanse hoop die Armstrong moet doen vergeten verliet in
extremis de Giro wegens bronchitis. De ploegtijdrit werd als 3e
beeindigd
en werd als kleine teleurstelling ervaren. De rest van de ploeg reed in
dienst, al is de tweede plaats van Rubiera in Namen zeker ook
noemenswaardig. De Spanjaard werd netjes dertiende in het klassement.
T-MOBILE (7) - Net als Gerolsteiner reed T-Mobile vorig jaar wat
verloren
rond in de Giro. Met een sterkere ploeg dan verleden jaar tracht de
nieuwe
sportdirecteur ook van de Giro een doel te maken al zij het dat de ronde
wel in het teken staat van de Tour de France. De tijdritzege van Jan
Ullrich in Pontedera is geruststellend voor zijn tot dan toe
onduidelijke
conditie en ook in de bergetappes kan Ullrich met de dertig besten mee.
Een
pijntje in de rug doet hem op twee dagen van Milaan afstappen. Een ander
hoogtepunt zijn de rose truien van zowel Honchar als Pollack. Tot
ritzeges
kwamen zij echter niet. Pollack werd twee maal tweede in massaspurts en
Honchar zag een goede eindklassering gedwarsboomd door een lelijke val
die
hem uiteindelijk ook de Giro zag doen verlaten. In de ploegentijdrit gaf
de
ploeg aan hoe het moest, maar ook hoe het niet moest want hadden de
sterkeren de zwakkeren er niet collectief afgereden had men met de zegen
kunnen gaan lopen. Desalnietemin een goed resultaat. Beste
T-Mobile-renner
in het klassement is uiteindelijk Jorg Ludewig op plaats 50.
DAVITAMON (7) - Weliswaar kan Van Huffel de hoge verwachtingen niet
waarmaken, de drie overwinningen van McEwen doen de Giro voor Davitamon
een
succes laten zijn. Een vierde etappezege liep McEwen net mis door te
vroeg
in de wind te gaan zitten in Termilo. Daarmee is gelijk het hele verhaal
van de ploeg verteld. Van Huffel kon niet overtuigen maar zakte ook niet
helemaal weg en mag zich uiteindelijk nog 17e in het klassement.
QUICK STEP (8) - Net wat vaker en nadrukkelijker in beeld deed Quick
Step
van zich spreken. Na enkele mislukte pogingen in Namen en Termoli wist
Bettini in Brescia een etappe te winnen. Dient ook gezegd, vooral ook
door
afwezigheid van topspurters. Maar de overwinning is er niet minder mooi
om
en Bettini wilde meer. Tot in Milaan dienden er punten voor de
puntentrui
verzameld te worden en hierin slaagde Bettini wonderwel. Ook in de
bergen
en het klassement doet Quick Step van zich spreken en dan met name door
de
Spanjaard Garate. Op de Passo Lanciano, de tijdrit en de rit naar La
Thuile
verliest hij weliswaar vele minuten, van dan af groeit zijn vorm en weet
zich in de klim naar Passo di San Pellegrino de sterkste van een
kopgroep,
waar Jens Voigt zich schappelijk toont door de rit niet (onverdiend) van
hem af te snoepen. En passent neemt Garate de bergtrui mee naar Belgie.
Baguet, Van De Walle en Engels waren veelvuldig in beeld, werkend voor
hun
kopmannen. Engels laat overigens een ritoverwinninbg jammerlijk
schieten,
Davide Bramati zwaait na de Giro af en neemt in de Tour de Suisse plaats
in
de volgauto. Best geplaatst in de eindranking is Garate op plaats zeven.
PHONAK (8) - Als u zich afvroeg wat de typische classics-renner Elmiger
in
de rit over de Gavia en de Mortirolo zo ver van voren reed kunnen wijk u
het antwoord geven. Phonak was leider in het ploegenklassement en de
ploeg
was er veel aan gelegen dit klassement ook na de rit nog aan te voeren
en
hierin slaagde de ploeg dan ook. Het levert de ploeg wat publiciteit
maar
vooral ook Pro Tour punten op. Grote verrassing van deze Giro is het
korte
klassement dat Jose Enrique Gutierrez Cataluna weet te rijden. Waar wij
Pena Grisales als eerste klassementrenner hadden genoteerd, stijgt
Gutierrez waarschijnlijk ook tot zijn eigen verbazing boven zichzelf uit
en
verzaakt niet in het zware slotweekend al dreigde hij tweemaal te moeten
parkeren. Pena wordt enigszins geruisloos netjes negende het klassement.
Wellicht voor de voorlaatste maal aan een grote ronde deelnemend was
Axel
Merckx, die helaas in de spannende finale naar Peschici zijn aanvallend
rijden niet in winst kon omzetten. Desalnietemin en ondanks het
ontbreken
van een ritzege mag de Giro voor Phonak als zeer geslaagd genoemd
worden.
SAUNIER DUVAL (8) - Grootste geluksvogel bij het uiteenvallen van de
Sony-Ericsson-ploeg van Ferretti was de Spaanse ploeg van Saunier Duval
want zij wisten Gilberto Simoni te strikken en hiermee hadden ze gelijk
een
potentiele winnaar van een grand tour in hun gelederen. Een haast
perfecte
voorbereiding en een ploeg die volledig in zijn dienst rijdt brengt
Simoni
tot grote hoogte, niet in het minst door fantastisch teamwork met o.a.
Leonardo Piepoli die zich in de tweede week de betere klimmer weet en
het
teken krijgt voor eigen succes te rijden. Hierin slaagt Piepoli
wonderwel
door zeges in La Thuile en op de Furcia pas al dient gezegd te worden
dat
hij beide zeges cadeau kreeg van Basso. Simoni's Giro is geslaagd met
een
derde plek, hij had wellicht op meer gehoopt en ook een ritzege zat er
niet
in. Ook Manuele Mori reed nadrukkelijk in beeld, vooral door een grote
pleister op zijn kin, een gevolg van twee kolderieke buitenlingen in de
rit
naar Sestri Levante. In de lange tijdrit in Pontedera weet Pinotti zich
netjes als derde te kwalificeren na Ullrich en Basso. Lang niet slecht.
Had
Simoni nog een rit gewonnen had de ploeg een 9 gekregen, maar met een 8
zal
men met tevredenheid genoegen nemen.
CSC (9) - en daarmee zijn we bij de meest succesvolle en vooral sterkste
ploeg en dat is de ploeg die de eindwinnaar levert. Ivan Basso stak niet
enkel met kop en schouders boven zijn concurrenten uit, nee, dat deed
hij
met zijn hele torso. CSC wist als ploeg de ploegentijdrit te winnen, op
de
Passo Lanciano rekende Basso voor het eerst solo af en tekende voor
ritwinst, iets wat hij herhaalde op de legendarische Monte Bondone en
tijdens de slotklim naar Aprica bezegelde hij zijn Giro winst met meer
dan
negen minuten voorsprong op de nummer twee, gaf hij twee etappes cadeau
en
droeg hij veertien dagen de rose leiderstrui. In gevaar is hij nooit
geweest. Hiermee lost Basso een belofte in, een belofte gedaan aan zijn
moeder op haar sterfbed: ik zal de Giro winnen. Basso was simpelweg te
sterkste en zijn ploeg hielp hem daarbij tot en met Milaan. Sastre,
Voigt,
Gustov en Cuesta begeleidden Basso bergop. Sorensen, Lombardi, Blaudzun
en
Julich deden dat op de vlakkere wegen. Een hechte groep dat maar één
doel
voor ogen had en de rest was van ondergeschikt belang.
Bij de overmacht van Basso wil ik wel een kanttekening plaatsen.
Geplaatste
aanvallen van anderen weerde hij vakkundig af en de zege is meer dan
verdiend. Maar Basso wil straks in de Tour ook voor winst aan de start
staan. Met het oog op de Tour zou men kunnen zeggen dat Basso wellicht
onnodig met krachten gesmeten heeft op de Passo di San Pellegrino, de
Mortirolo en naar Aprica. Of en in welke mate hij de gevolgen hiervan
zal
ondervinden zal in juli blijken en dan zal de concurrentie ook sterker
en
talrijker zijn. Wel dient gezegd dat Basso ogenschijnlijk zonder
inspanning
de bergetappes afhaspelde en bewees hij vorig jaar dat een
Giro-Tour-dubbel
aan te kunnen. En met deze vraag sluiten we de Giro af. Het antwoord
volgt
in juli.
Gazzetta-man ad interim
Laatst gewijzigd op 28/05/2006 - Opmerkingen en suggesties kan je mailen naar gigabike@advalvas.be Gigabike, jaargang 7 - Copyright: Peter Samoy & Mark Vanderwegen